Huisdieren hebben is heerlijk. Onze dierentuin bestaat tegen woordig uit:
Simba de kat, Cicero the second: de kanarie (gekregen voor moedertjesdag) en Basil: het konijn.
En Basil, die mocht vandaag rondlopen in de tuin. Elisabeth én Basil vinden dat heerlijk! Ze jagen elkaar achterna, en er wordt al een een aaitje gegeven, alles super dus.
Tot we onverwacht beslissen te gaan aperetieven bij vrienden wat verderop en we vergeten dat Basil nog ergens rondloopt.
Als we thuiskomen begint de grote zoektocht. Geen konijn te bespeuren in onze tuin, geen konijn te bespeuren in de tuin van de buren.
Na een half uur zoeken begint mijn gemoed al op te spelen. Basil was namelijk al mijn maatje van op kot, hij is al ettelijke keren meeverhuisd, we hebben hem een appartement gebouwd met drie verdiepingen, Elisabeth speelt zo graag met hem, hij is zo zacht en zo mooi,….
En dan roept een buur aan de andere kant van de heg “hallo, zoeken jullie een konijn?”. Hij zat aan de andere kant van onze tuin in de tuin van een huis dat onbewoond is.
Hup, Elisabeth werd gedropt bij de buren. En wij met de fiets toertje blok. Daar via de tuin van de vriendelijke mensen naar de tuin ernaast.
Nog een twintig minuten later hebben we hem eindelijk te pakken en wordt ons gezin weer herenigd
.
En nu moet ik in bad want ik hang vol met twijgjes, bladeren, aarde en andere sporen van de konijnstrijd.